Platvoeten

Bij doorgezakte voeten, meestal platvoeten genoemd, is de mediale lengteboog van de voet, de voetholte, doorgezakt. De hoogte van deze boog is normaal ca. 1,3 cm, wanneer dit lager is wordt gesproken van een platvoet. Bij een doorgezakte voorvoet spreken we van spreidvoeten.

Er kan onderscheid worden gemaakt tussen de soepele en de stijve platvoet. De soepele platvoet komt het vaakst voor. Bij een soepele platvoet wordt de voetholte weer zichtbaar wanneer er op de tenen wordt gestaan. Een stijve platvoet verandert niet van vorm.

Oorzaken

Kinderen hebben vaak (soepele) platvoeten maar dit gaat meestal vanzelf over wanneer het voetgewelf zich helemaal ontwikkeld heeft. Een stugge platvoet is vaak aangeboren door een vergroeiing van twee botjes in de achtervoet of gewrichtjes die uit de kom zijn. Bij volwassenen kan een platvoet langzamerhand ontstaan en klachten geven. Oorzaken kunnen zijn:

  • reumatoïde artritis,
  • artrose,
  • neurologische aandoeningen,
  • neuropatische inzakking,
  • degeneratieve inzakking bij een niet goed werkende pees aan de binnenkant van de voet (PTTD),
  • verkeerde stand benen, overbelaste voeten, te korte kuitspier of achillespees,
  • erfelijkheid (bijv. hypermobiliteit) of overgehouden uit de kindertijd.

Klachten

Platvoeten hoeven geen klachten te geven.  Problemen die echter kunnen voorkomen zijn:

  • Pijn aan de binnenkant van de voet en enkel, in extreme gevallen ook aan de buitenkant van de enkel.
  • Moeheid aan de binnenkant van de voet.
  • Het scheef afslijten van schoenzolen.
  • Knie-, heup- en rugklachten.
  • Enkel staat scheef met artrose als gevolg.
  • Krachtverlies bij het afzetten van de voet.
  • Zwelling, doorgezakte voorvoet, kuitpijn,
  • Kanteling voet naar binnen.

Conservatieve behandeling

Behandeling is niet noodzakelijk als er geen klachten zijn. Zijn er klachten gaat de behandeling uit van de onderliggende oorzaak. Behandeling kan dan medicinaal zijn door middel van bijvoorbeeld reumamedicatie, pijnstillende of ontstekingsremmende medicijnen. Andere behandelvormen zijn steunzolen, een wig, orthese of orthopedische schoenen  die helpen de klachten te verminderen. De pezen worden zo ontlast. Bij ernstige overbelasting van de voet kan deze voor een bepaalde tijd in de goede stand worden ‘vastgegipst’, waarna de voet met een steunzool of orthopedische schoen ondersteund kan worden. Verdere oorzaken waardoor de voeten overbelast worden moeten worden aangepakt (bijv. bepaalde activiteiten en lichaamsgewicht).

Bij kinderen gaan platvoeten meestal over zonder er iets aan te doen. Zijn er wel klachten kunnen steunzolen helpen deze te verminderen, maar de ontwikkeling van de voet wordt niet beïnvloed. (Helpen steunzolen niet kan ook overwogen worden te opereren bij soepele platvoeten, waarbij tijdelijk een plugje in de voet geplaatst wordt voor een verbeterde voetstand. Bij stijve platvoeten kan ervoor worden gekozen de vergroeiing te verwijderen of gewrichten vast te zetten.)

Operatieve behandeling

Bij een soepele platvoet waarbij de achtervoet nog bewogen kan worden (bijv. als gevolg van PTTD) kan worden gekozen voor een operatie waarbij de gewrichten in de achtervoet gespaard worden. Tijdens zo’n operatie worden de pezen verplaatst en versterkt en de stand van botten gecorrigeerd:

  • Hielbeen wordt naar binnen gezet. Het hielbeen wordt doorgezaagd en naar binnen geschoven. Vervolgens worden de botstukken met schroeven vastgezet.
  • Hielbeen wordt verlengd met een stukje extra bot. Dit kan op twee manieren: het hielbeen wordt doorgezaagd en het stukje bot wordt ertussen geplaatst en vastgezet, of het stukje bot wordt voor het hielbeen gezet, in het gewricht. Doordat de buitenkant van voet langer wordt verbetert de stand van voet.
  • Correctie stand van de voorvoet waarbij de gewrichtjes intact worden gelaten.

Behandeling van een platvoet als gevolg van een te korte kuitspier of achillespees kan door het operatief verlengen van de kuitspier of achillespees.

Bij een stijve platvoet wordt vaak gekozen voor het in een verbeterde stand vastmaken van de gewrichten in de achtervoet (triple artrodese).

Over het algemeen zijn goede resultaten haalbaar en kan het voor altijd dragen van aangepaste schoenen voorkomen worden, het dragen van steunzolen kan echter wel noodzakelijk blijven. De herstelperiode loopt op tot 18 maanden.

Risico’s

Bij een ernstige afwijking kan het zijn dat de voet niet helemaal gecorrigeerd kan worden. De platvoet kan dan verminderen maar is niet helemaal over. Het kan ook voorkomen dat de voet overmatig is gecorrigeerd waardoor er een lichte holvoet ontstaat.

Naast algemene complicaties kunnen verder specifieke complicaties ontstaan:

  • De botten groeien niet in de juiste stand vast.
  • De botten groeien niet helemaal vast.
  • Pijnlijke schroeven in het hielbeen.
  • Zenuwpijn of gevoelloos plekje aan de buitenkant van de voet.

 

Spreidvoet

Bij een spreidvoet (doorgezakte voorvoet) is de dwarsboog bij de voorvoet doorgezakt. De middenvoetsbeentjes worden naar beneden gedrukt, zakken door het vetkussen heen en komen in contact met de grond. De kopjes van alle middenvoetsbeentjes raken de grond, in plaats van alleen het eerste en vijfde middenvoetsbeentje wat normaal het geval is. De kopjes van de middelste middenvoetsbeentjes gaan uit elkaar staan, de tenen spreiden zich en de voorvoet wordt platter en breder.

Oorzaken

Spreidvoeten ontstaan als gevolg van overbelasting door:

  • een staand beroep,
  • hardlopen en andere sporten,
  • hoge hakken of smalle schoenen,
  • overgewicht,
  • verzwakte middenvoetsbeentjes (als gevolg van bijv. reuma),
  • verslapping bindweefsel (als gevolg van ouderdom),
  • vetkamerschade (als gevolg van ouderdom of overbelasting),
  • een holvoet of platvoet,
  • lange tweede en derde middenvoetsbeentjes,
  • zwangerschap (hormoonverandering),
  • korte kuitspier of achillespees.

Klachten

Er kunnen verschillende voetklachten ontstaan:

  • Brandende pijn onder de bal van de voet.
  • Verhoogde eelt- en likdoornvorming onder de voorvoet.
  • Stressfractuur van een middenvoetsbeentje, verzwakte middenvoetsbeentjes.
  • Mortons neuralgie, hallux valgus, hamertenen, platvoet.
  • Door de bredere voorvoet is het dragen van schoenen problematisch.
  • Pijn bovenop voorvoet.

Conservatieve behandeling

  • Het dragen van de juiste schoenen: breed genoeg, harde zool, geen hakken.
  • Voorvoetsteun om de kopjes van de grond te houden.
  • Steunzolen,
  • Orthopedische schoenen,
  • Afwikkelingscorrectie onder de schoenzolen.

Operatieve behandeling

Bij een operatie kunnen de middelste middenvoetsbeentjes gebroken en ingekort worden en hoger worden gezet. De kopjes belasten dan een niet eerder belast deel van het vetkussen. Het vetkussen zelf kan niet in functie hersteld worden. De herstelperiode loopt op tot 12 maanden.

Als de voorvoet overbelast wordt door een te korte achillespees of kuitspier kan deze operatief verlengd worden. De herstelperiode loopt op tot 9 maanden.

Risico’s

Na de operatie kunnen complicaties optreden zoals:

  • De pijn in de voorvoet verdwijnt niet helemaal of ontstaat op een andere plek in de voorvoet.
  • De breuk in de middenvoetsbeentjes heelt niet goed.
  • Teen gaat omhoog staan.
  • Langdurig gezwollen voorvoeten.
  • Verstijving middenvoetsbeentjes, verminderde beweeglijkheid tenen.
  • Afsterving bot middenvoetsbeentjes,
  • Dystrofie,
  • Krachtverlies kuitspieren en dunnere kuiten na verlenging van de kuitspier of achillespees.